Aan het woord…Henk Ovink

Even voorstellen

Ik ben Henk Ovink en ben de eerste Nederlandse watergezant. Water fascineert me mateloos, het zit aan alles in ons leven vast: met teveel, te weinig en te vies raakt het onze gezondheid, de biodiversiteit, onze economie en onze veiligheid, onze manier van leven. Water kan ons breken, maar het mooiste is dat we met en door water juist ook kunnen samenkomen, met z’n allen de schouders onder duurzame ontwikkeling en klimaatactie. En dat heb ik van mijn ouders. Zij inspireren me nog elke dag – ook al zijn ze er al lang niet meer – in alles wat ik doe, en hoe ik het doe. Zij leerden me dat niets gek genoeg is, niets onmogelijk, en dat voor alles er een oplossing is, niets is te groot om aan te kunnen werken. Dat moet je willen en dat vraagt wel , dat je het met alles en iedereen doet. En dat ben ik ten voeten uit. Overal op zoek naar mensen, kansen en urgentie, en dan samen werken aan de toekomst!

Ik ben gelukkig getrouwd met Irené, en we hebben net de volledige verduurzaming van onze mooie oude woonboerderij uit 1824 afgerond. In mijn vrije tijd zeil ik graag en ook daardoor ben ik fan van de Waddenzee! Afgelopen november zeilde ik nog op het wad – bitter koud, maar betoverend. Ik ga in november weer!

Waar werk je als watergezant aan?

Als watergezant heb ik drie opdrachten gekregen van de ministers Schultz, Ploumen en Kamp. Ten eerste: het vergroten van het waterbewustzijn in de wereld. Wanneer we de complexiteit van water goed begrijpen, water in haar volle omvang integraal waarderen, en het managen op een inclusieve manier, dan kan water de hefboom zijn en ingezet worden voor duurzame ontwikkeling en klimaatactie. Daarvoor is water belangrijk in onderwijs en onderzoek, en in de gesprekken met iedereen van president tot schoolklas, investeerder tot NGO. Mijn tweede opdracht is om te werken aan de wederopbouw, het herstel bij rampen (overstromingen, droogte maar ook conflicten), maar beter nog om deze rampen voor te zijn. Een ramp is een röntgenfoto. Het laat de kwetsbaarheden en afhankelijkheden zien. Maar het is tegelijk ook onze verantwoordelijkheid om tot actie over te gaan, om niet terug te kijken maar vooruit, de ramp als springplank voor een echt betere toekomst. Dus niet reactief in reactie op de ramp van gisteren, maar pro-actief vanuit de opgaven – en de kansen – voor morgen: inclusief, integraal en duurzaam. Het gaat over meer dan overstromingen en droogte alleen, waterellende is samen met klimaatverandering de oorzaak voor conflict en migratie. Omgekeerd is waterzekerheid ook een fundament voor veiligheid, stabiliteit en gelijkheid. En dit alles bepaalt ook mijn derde opdracht: innovatie. Want de oplossingen van gisteren en vandaag zijn absoluut de slechtste garantie voor de toekomst. We moeten onszelf opnieuw uitvinden. Integraal en inclusief met nieuwe innovatieve oplossingen komen om uitdagingen het hoofd te bieden. Interventies die echte katalysatoren zijn voor de verandering die zo nodig is, en die we kunnen opschalen over de hele wereld. Het IPCC liet zien dat bijna al onze investeringen klimaatverandering versterken en dat hoe we dit doen, hoe we onze economie en infrastructuur bouwen ons kwetsbaarder maakt. Die ene procent waarin het wel goed gaat – met al die inspirerende innovaties – moet de basis zijn voor de toekomst. Dit is ook de inzet van het programma dat ik in Azië heb opgezet en samen met BZ, RVO, FMO en vele internationale partners uitvoer: ‘water as leverage’ (www.waterasleverage.org).

Met wie werk je daarin samen?

Water raakt alles en iedereen en daarom werk ik ook met iedereen samen. Water is belangrijk voor onze weerbaarheid en duurzaamheid. Wil je duurzame, integrale en inclusieve oplossingen bedenken, dan moet je dat met iedereen doen. Je kunt het zo gek niet bedenken, de watersamenwerkingen om dingen te bereiken gaan echt over alles en iedereen. Zowel institutioneel, bedrijven, overheden, energiewereld, NGO’s als ook individuen, van de meest kwestbaren wereldwijd tot de professionals en de mensen die niet willen. Ook cultuur speelt hierbij een belangrijke rol. Ik werk veel met documentaire fotografen (als Kadir van Lohuizen, Cynthia van Elk en Supratim Bhattacharjee), zij houden ons een spiegel voor en reflecteren op de situatie. Die foto’s laten ons falen zien, en de enorme opgaven van water en klimaat, maar ze geven ook hoop, door hun menselijke perspectief op de toekomst. Dit inspireert, die balanceer-act tussen wanhoop en hoop. Dat wat moet, kan, echt!

Welke ontwikkelingen spelen rond klimaatadaptatie wereldwijd?

Met het Parijsakkoord werden klimaatadaptatie, onze weerbaarheid vergroten door ons goed voor te bereiden op die onzekere toekomst met de gevolgen van klimaatverandering, en klimaatmitigatie, onze CO2 uitstoot en footprint terugdringen zodat we binnen de 1,5 graden opwarming blijven, net zo belangrijk gemaakt. Maar hier ging een hele strijd aan vooraf. Terecht zeiden de mitigatievoorstanders dat des te meer we denken te kunnen werken aan adaptatie, des te minder we werken aan mitigatie. Maar dat is zeker niet waar, we moeten alles op alles zetten om binnen die 1,5 graden opwarming te blijven. Dit betekent een drastische reductie van onze CO2-footprint en onze biodiversiteitdestructie. Het laatste IPCC-rapport laat opnieuw zien dat meer dan 1,5 graden opwarming onze toekomst lijkt te worden. Maar de gevolgen van de klimaatverandering en opwarming raken ons wereldwijd nu al keihard, niemand wordt daarbij gespaard, hoewel de meest kwetsbaren wereldwijd wel als eersten de klos zijn.

Adaptatie is cruciaal om ons daarin weerbaar te maken. Ik zie het hierbij als een springplank, waarbij we met adaptatie ook werken aan mitigatie. Daarbij kijken we met adaptatie ook echt naar de lange termijn. De wereld heeft hierin nog een lange weg te gaan. Uit onderzoek (door ondermeer Deltares) naar hoe de Europese landen zich voorbereiden op kustveiligheid blijkt bijvoorbeeld dat elk land een ander IPCC scenario, een andere tijdshorizon en een andere aanpak in governance en financiering en beleid hanteert. Terwijl de gevolgen zich niets aantrekken van de door mensen getrokken (lands)grenzen. We zullen wat klimaatadaptatie betreft er wereldwijd een flinke schep bovenop moeten doen in ambitie, commitment en financiën. Niet alleen voor programma’s om wateroverlast te voorkomen, zoals ‘Ruimte voor de Rivier’, maar ook voor het voorkomen van voedselschaarste door droogte, gezondheidsellende door te vies water, migratie door droogte en conflict, enzovoort. Kortom, adaptatie staat voor alles, maar staat wereldwijd nog in de kinderschoenen. Water en klimaatverandering zitten aan elkaar vast: 90 procent van alle rampen is water-gerelateerd. En water is letterlijk en figuurlijk de drijvende kracht voor goede en transformatieve klimaatadaptatie-actie. Nederland kan hierin echt een voortrekkersrol spelen. En we zijn goed op weg. We hebben de Global Commission on Adaptation opgericht en het Global Center on Adaptation in het leven geroepen. We hebben de eerste wereldtop over klimaatadaptatie georganiseerd. Nu moeten we doorpakken, samenwerken en opschalen. We hebben geen tijd te verliezen!

Hoe zie jij klimaatadaptatie in het Waddengebied voor je?

Het Waddengebied is een fantastische ruimte waar veel van onze wereldbelangen samenkomen. De Wadden gaan over biodiversiteit, kustweerbaarheid en kwetsbaarheid voor het achterland. Het is eigenlijk een staalkaart van krachten die onder druk van klimaatverandering kwetsbaarder wordt maar met een proactieve aanpak ook sterker kan worden. Klimaatadaptatie kan daarom voor het Waddengebied het verschil betekenen. Inzetten op adaptatie betekent het versterken van dat wat het Waddengebied en de omgeving al sterk maakt, voor een duurzame en klimaat-robuuste toekomst en essentieel voor het overleven van het Waddengebied. Delen van de Wadden zullen de klos zijn wanneer we niet inzetten op die voortvarende en ambitieuze adaptatieagenda. Van het verdwijnen van eilanden tot een sterke afname van de biodiversiteit. Dit heeft allemaal doorwerkingen op ons mensen, op onze gezondheid, kwetsbaarheid en economie. Tijdig werken aan een integraal, duurzaam en inclusief adaptatieprogramma is daarom keihard nodig. Anders zakt het geheel als een kaartenhuis in elkaar. Adaptatie is echt een ‘pathway for a better future’ voor de Waddenzee.

Hoe heeft de Klimaatadaptatieweek Groningen bijgedragen aan gewenste ontwikkelingen?

De klimaatadaptatieweek Groningen begin dit jaar heeft heel mooi het bewustzijn van velen vergroot, vooral ook van hen die niet rechtstreeks betrokken zijn bij de Waddenzee. Ook zijn de partijen die dagelijks aan de Waddenzee werken, nog beter en veel meer doordrongen van hoe kwetsbaar maar ook hoe krachtig de Waddenzee is. De week heeft die kwetsbaarheid weer geagendeerd. Daarbij heeft het laten zien dat klimaatverandering in combinatie met menselijk falen bijzonder desastreus kan zijn voor het gebied. Het tij kan echter letterlijk keren als we sterk inzetten op een goede adaptatieagenda voor het hele Waddengebied. De Waddenzee kan zo ook echt een springplank zijn voor nog veel meer.

Hoe ben je met Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) in aanraking gekomen?

Het Waddengebied is absoluut niet een onbekend gebied voor mij en ik kende PRW ook, net als de vele initiatieven rond de Waddenzee. Ik ben vanuit mijn vorige functies als directeur generaal Ruimte en Water en directeur Ruimtelijke Ontwikkeling ook altijd professioneel direct of indirect betrokken geweest bij de Wadden. In de voorbereiding van de klimaatadaptatieweek heb ik PRW opgezocht. Wat PRW doet is enorm inspirerend, en écht een kans om aan de water, klimaat en innovatieagenda te werken.

Welke rol zie jij voor PRW bij klimaatadaptatie in het Waddengebied?

PRW heeft een hele rijke aanpak, heel intensief, internationaal en met vele verschillende actoren. Ik hoop dat in de toekomst de werkzaamheden van PRW doorgezet worden, met adaptatie als dragende pijler. Dat het programma de adaptatieagenda helpt maken voor het hele Waddengebied, en die ook helpt uit te voeren. Door met verschillende coalities pilots met innovatieve projecten op te zetten en op te schalen, de dialoog te stimuleren en organiseren, en de benodigde investeringen te helpen genereren. Ook zie ik voor PRW een rol weggelegd voor het maken van nationale en regionale agenda’s voor adaptatie en het implementeren hiervan in alle drie de Waddenlanden. Om zo te zorgen dat de Waddenzee ook echt die adaptatiebuffer is, en een proeftuin en daarmee een inspiratie voor projecten over de hele wereld.

Hoe zie jij het Waddengebied van de toekomst voor je?

Ik hoop dat het Waddengebied kan werken als springplank voor adaptatie met prachtige projecten, programma’s, initiatieven en coalities en het de plek is waar we de toekomst uitvinden. Dat we hier kunnen laten zien dat wat écht moet, ook écht kan. En dat elk van die initiatieven springplanken kunnen zijn die voor domino-effecten zorgen. Zo kan de Waddenzee een inspiratie zijn voor andere plekken op de wereld waar klimaatverandering en alles wat daarbij komt kijken vraagt om ambitieuze actie. Dan ben ik positief over de toekomst van het Waddengebied. Maar ik denk wel dat PRW dan met een propositie moet komen, een provocatie en duidelijk moet maken wat die routekaart is. Dit is hiervoor een goed moment, met de kabinetsformatie volop in ontwikkeling, en de verkiezingen in Duitsland voor de boeg. Dat vraagt ook iets van PRW. Door de potentie van de Wadden te benutten, zet je de Wadden in voor positieve ontwikkelingen in het gebied maar ook elders. Dit is niet makkelijk, want het staat onder enorme druk en het gaat ook niet vanzelf, en gezien de enorme opgaven nu en in de nabije toekomst is het heel spannend, het is echt ‘make or break’.

Wat wil je de lezers van deze nieuwsbrief nog meegeven?

De Wadden kunnen nog veel meer een voor iedereen inspirerende plek zijn. Het Waddengebied geldt ook als een spiegel. Dat wat daar gebeurt in de context van economie, biodiversiteit, recreatie en sociale dynamiek zou veel meer moeten leiden tot gesprekken elders. Ik zou daarom PRW en de lezers willen vragen: kunnen we op een positieve manier de politiek en de samenleving provoceren met een propositie? Waar zij met zijn allen op in kunnen stappen. Hebben we daarnaast eigenlijk wel voldoende door hoe mooi het Waddengebied is en verhalen we hier voldoende over? Ik denk dat bij de mensen die iets met de Wadden hebben de verhalen er wel zijn. Maar vaak blijven ze in de Wadden’scene’, net als overigens in de klimaat- en waterwereld. We vertellen de verhalen aan elkaar, die eigenlijk die verhalen al kennen. Maar kunnen we die toekomsten ook breder verspreiden, door bijvoorbeeld deze op te nemen in schoolcurricula? En door te vertellen aan die mensen en organisaties die hier niet bij betrokken zijn maar er wel door geïnspireerd kunnen raken, zelfs moeten raken. Het Waddenverhaal inspireert, maar mag ook provoceren en politiek worden. Dat hoop ik en ik weet dat dat ook kan. Het Waddengebied is voor mij een horizon waar we naar toe kunnen werken, de Wadden bieden echt een inspirerend perspectief.